Wijziging van de Archiefwet 1995 ter uitvoering van overweging 158 van de Algemene verordening gegevensbescherming
Reactie
Naam
|
C. Glaudemans
|
Plaats
|
Den Haag
|
Datum
|
2 april 2025
|
Vraag1
Wilt u reageren op de Uitvoeringswet overweging 158 AVG? Dan kunt u hier uw reactie geven. U kunt dat doen door een bericht achter te laten of door een bericht te uploaden.
Belangrijk voor mijn onderzoek naar de vervolging van Joden in Den Haag zijn de dossiers in het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR) en die in het archief van het Nederlandse Rode Kruis (NRK) bij het Nationaal Archief. Velen hoopten vanaf 2 januari 2025 deze dossiers voor verder onderzoek digitaal te kunnen inzien. Maar we weten allemaal hoe triest het op dit moment is gesteld met de situatie rond de inzage van deze dossiers bij het Nationaal Archief. Buiten het Nationaal Archief is er digitaal niets beschikbaar. Met als gevolg dat familie van slachtoffers en onderzoekers nog steeds nauwelijks informatie kunnen vinden in CABR- en NRK-dossiers.
Gezien de waarschuwing van de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) van 6 december 2024 telt het belang van nabestaanden van slachtoffers en onderzoekers voor de AP in de afweging niet mee. En dat is verbazend, want al in 2000 had de Nederlandse regering samen met vele andere landen in Stockholm afgesproken de herinnering aan Holocaustslachtoffers te bevorderen door opening van oorlogsarchieven voor wetenschappelijk onderzoek en herinnering (GDPR, General Data Protection Regulation, Overweging 158). Een dergelijke afspraak leidt natuurlijk tot de verplichting deze archieven optimaal toegankelijk te maken. Als eerste moet worden gedacht aan de openbaarmaking van de gedigitaliseerde CABR- en NRK-dossiers.
Helaas heeft Nederland tot nu toe nagelaten Overweging 158 in de nationale wetgeving op te nemen. En dit leidde tot het verbazende besluit van de AP in december 2024 om het recht op privacy ten aanzien van de CABR-dossiers te laten prevaleren.
Het belang voor nabestaanden van slachtoffers en onderzoekers is ondanks de Europese wetgeving ondergeschikt gemaakt aan het recht op privacy. Dit besluit heeft terecht veel teleurstelling en verontwaardigde reacties opgeleverd, niet alleen van de zijde van onderzoekers, maar vooral ook van nabestaanden van Joodse slachtoffers en verzetsmensen die al vele tientallen jaren zoeken naar antwoorden op hun vragen over de vervolging en de dood van hun verwanten.
Bijlage