Besluit van school naar duurzaam werk

Reactie

Naam Anoniem
Plaats Hoorn
Datum 5 maart 2025

Vraag1

Wilt u reageren op het ontwerp-besluit (Besluit van school naar duurzaam werk) of het concept van de ministeriële regeling (Regeling regionaal programma en Doorstroompuntfunctie 2026-2029)? Dan kunt u hier uw reactie geven. U kunt dat doen door een bericht achter te laten of door een bericht te uploaden.
Kansenongelijkheid voor jongeren zonder startkwalificatie
De kans op werk voor jongeren met een mogelijke afstand tot de arbeidsmarkt blijft al jaren sterk achter vergeleken met leeftijdsgenoten. Het verschil in arbeidsparticipa-tie en werkloosheid tussen jongeren zonder startkwalificatie, mbo’ers en hbo- en wo-gediplomeerden blijft structureel groot. Daarnaast blijkt dat een derde van de jonge-ren die op haar/zijn 23e geen werk had, de gehele periode tot het 32e levensjaar niet werkzaam te zijn. Hier wordt de kansenongelijkheid schrijnend zichtbaar.

Inclusief schoolverlaters vso en pro
Met de wet van school naar duurzaam werk beoogt de regering dit probleem op te lossen. Door de begeleiding bij de overgang van school naar werk van jongeren te verbeteren. Deze wet richt zich nadrukkelijk ook op de (aanstaande) schoolverlaters uit het praktijkonderwijs (pro) en voortgezet speciaal onderwijs (vso). Met als doel dat ook deze groep jongeren, al dan niet via een vervolgopleiding, aan het werk komen. Maar vooral ook aan het werk blijven. En hierbij willen en kunnen de pro en vso scho-len een belangrijke rol spelen. Veel langdurige uitval kan voorkomen worden als pro en vso scholen hun oud-leerlingen weer op het spoor kunnen zetten richting werk of een mbo-opleiding.

Dringend advies
Kortom; wij adviseren tijdens de behandeling van het Wetsvoorstel van school naar duurzaam werk dit zodanig aan te passen dat in het wetsvoorstel een wettelijke ver-plichting voor pro en vso scholen wordt opgenomen om gedurende twee jaar na uit-stroom loopbaanbegeleiding aan oud-leerlingen te bieden. Met als voorwaarde dat de scholen ook voor het tweede jaar worden bekostigd op een wijze die past bij de begeleidingsbehoefte van deze leerlingen.

Tot slot.

Het is onrealistisch om te verwachten dat met de zeer beperkte inzet (zowel voor wat betreft de bekostiging alsook de duur van de loopbaanbegeleiding) zoals opgeno-men in het huidige wetsvoorstel, het probleem op uitval binnen twee jaar na het ver-laten van de school voorkomen danwel gereduceerd zal worden. En dat was nu juist de bedoeling van deze wet.


Hiermee zijn de jongeren om wie het gaat niet geholpen.

En de werkgevers en gemeenten al evenmin.