Differentiatie vliegbelasting

Reactie

Naam Anoniem
Plaats Amsterdam
Datum 16 januari 2025

Vraag1

Per 2027 wil het kabinet de totale opbrengst van de vliegbelasting met € 248 miljoen verhogen. Het plan is om vluchten over lange afstanden - met een hogere totale uitstoot - meer te belasten. In veel Europese landen die een vliegbelasting hebben, worden vluchten over langere afstanden al hoger belast. Dit wordt ook wel ‘differentiatie van het tarief van de vliegbelasting naar afstand’ genoemd.

1. Vindt u dat lange vluchten (>2.500 km) zwaarder belast moeten worden dan korte vluchten (<2.500 km)?
Ja en bij voorkeur met een glijdende schaal

Vraag2

Zeer korte vluchten – zoals een vlucht van Amsterdam naar Brussel - veroorzaken per kilometer relatief veel uitstoot. Ook zijn er vaak andere, duurzamere vervoersopties zoals de trein of de auto beschikbaar. Zeer lange vluchten – zoals een vlucht van Amsterdam naar Bali – hebben juist een hoge totale uitstoot, mede door de duur van de vlucht.

2. Vindt u dat zeer korte vluchten (<500 km) extra belast moeten worden in de vliegbelasting ten opzichte van andere vluchten?
Ja, bijvoorbeeld om de optie met de trein naar Londen meer concurrerend te maken. Wel is het essentieel dat ook overstappers worden belast, want die maken vaak gebruik van het vliegtuig op dit soort routes. Ook indien er nog geen goed trein overstap alternatief beschikbaar is voor deze passagiers is het toch belangrijk om overstappers ook te belasten. Dit omdat zij nu aangemoedigd worden om niet direct maar via een overstap op Schiphol te vliegen (bijvoorbeeld Engelse en Duitse passagiers). Daarbij wordt het belang van de zogenaamde Hub functie voor Nederland zwaar overschat. De nadelen zijn groter dan de voordelen.

Vraag3

3. Vindt u dat zeer lange vluchten (>10.000 km) extra belast moeten worden in de vliegbelasting ten opzichte van andere vluchten?
Ja, in een glijdende schaal.

Vraag4

Als over lange afstanden meer vliegbelasting wordt betaald, moet worden bepaald vanaf welke afstanden de hogere tarieven gelden. De gekozen afstandsgrenzen kunnen er toe leiden dat landen of gebieden deels in het ene tarief vallen en deels in een ander tarief. Dit kan ongewenst zijn. Een mogelijke oplossing is om voor bepaalde landen of gebieden een aangepast tarief te rekenen. Dit kan op basis van verschillende criteria zoals bijvoorbeeld het hebben van een EU-lidmaatschap of het zijn van een overzees gebied. Het rekenen van een lager tarief voor bepaalde landen of gebieden kan invloed hebben op de hoogte van de tarieven.

4. Vindt u dat voor specifieke landen of gebieden andere tarieven moeten worden gerekend dan het tarief waar zij op basis van hun afstand tot Nederland toe behoren? Zo ja, welke landen of gebieden moeten er volgens u verschillend belast worden in de vliegbelasting?
Voorzichtigheid is geboden. Voorkomen moet worden dat een gebied met een lager tarief gaat fungeren als een overstapstation in de regio om hogere tarieven in omliggende gebieden te ontwijken.

Vraag5

De huidige vliegbelasting kent verschillende uitzonderingen. Voor bijvoorbeeld transferpassagiers en voor vluchten met vliegtuigen met een gewicht van minder dan 4.000 kg. Uitzonderingen of verschillende tarieven kunnen gebruikt worden om bepaald gedrag aan te moedigen of juist te ontmoedigen. Wel maken ze de uitvoering van een belasting vaak complexer. Daarnaast kunnen uitzonderingen leiden tot hogere tarieven.

5. Vindt u dat alle soorten vluchten en passagiers gelijk moeten worden belast? Zo nee, welke passagiers en/of vluchten vindt u dat er verschillend belast of zelfs uitgezonderd moeten worden van de vliegbelasting?
Ja, het is cruciaal dat overstappers niet worden uitgezonderd (zie ook antwoord bij vraag 2). Uit eerdere berekeningen blijkt ook dat de Nederlandse welvaart daarbij stijgt door de belastinginkomsten van buitenlandse passagiers. Aanmoedigen van de zogenaamde Hub functie is vanuit (breed) economisch perspectief niet te rechtvaardigen. Ook is het niet rechtvaardig dat Nederlandse burgers wel betalen en overstappassagiers niet.