Wetsvoorstel aanscherping eisen examencommissies mbo

Reactie

Naam ROC TOP (R Rutkens)
Plaats Amsterdam
Datum 10 augustus 2015

Vraag1

Wat vindt u van de taken die het bevoegd gezag krijgt voor de instelling, benoeming en samenstelling van de examencommissie (artikel 7.4.5)?
Over dit artikel heeft ROC TOP de volgende opmerkingen.

Lid 2: dit artikellid veronderstelt dat de examencommissie geen centraal orgaan binnen een instelling is. Dat is opmerkelijk. Een CvB kan haar taken ook niet gedeeltelijk opdragen aan een centraal CvB? DE examencommissie moet verantwoordelijkheid dragen voor de kwaliteit van de examinering binnen de instelling. Om het voor deze commissie werkbaar te houden zou zij wel de mogelijkheid moeten hebben om een deel van de uitvoerende taken te beleggen bij een deel-/sub-/domeinexamencommissie.

Een tweede opmerkingen betreft het risico van begripsverwarring. Het MBO krijgt te maken met centrale examens. Het gebruik van het begrip centrale examencommissie kan vrij eenvoudig maar ten onrechte worden geassocieerd met centrale examens. Dat lijkt niet wenselijk.

Lid 7: ROC TOP: Hier rijst de vraag wat het lidmaatschap van een docent van de betreffende opleiding bijdraagt aan de kwaliteit van het functioneren van de examencommissie. Deze maatregel zet de onafhankelijkheid van de examencommissie ten opzichte van het onderwijs onder druk; via deze constructie krijgt het onderwijs invloed op de kwaliteit van de examinering en dat moet nu juist worden voorkomen. Een docent is verantwoordelijk voor de kwaliteit van het onderwijs dat studenten moet voorbereiden op het examen. Een docent moet dus wel volledig op de hoogte zijn van de exameneisen maar mag daarop geen invloed hebben (om mogelijke verstrengeling van belangen c.q. aanpassing van het examen aan het onderwijs te voorkomen).

Vraag2

Wat vindt u van de taken en bevoegdheden die de examencommissies krijgen (artikel 7.4.5a)?
Mee eens, geen opmerkingen.

Vraag3

Wat vindt u van de verplichting betreffende de instellingsverklaring in het middelbaar beroepsonderwijs (artikel 7.4.6a)? (Het voortgezet en hoger onderwijs kennen al een dergelijke verplichting.)
Dit is een nuttige formalisering van het portfolio van de student.

Vraag4

Hebt u overige opmerkingen ten aanzien van het concept wetsvoorstel?
Op hoofdlijnen een goed voorstel. Niet elke verandering leidt tot verbetering, maar deze lijkt daarvoor voldoende potentie te hebben.