Aanwijzing Gedragscode soortenbescherming Unie van Waterschappen
Reactie
Naam
|
Anoniem
|
Plaats
|
't Goy
|
Datum
|
9 maart 2025
|
Vraag1
Wilt u reageren op (onderdelen van) de aanwijzing van de gedragscodes soortenbescherming waterschappen door de Staatssecretaris van LVVN?
Geachte heer Rummenie,
Hierbij wil ik graag mijn zienswijze geven op de Internetconsultatie ‘Aanwijzing Gedragscode soortenbescherming Unie van Waterschappen – Bestendig beheer en onderhoud’.
Een zeer belangrijke omissie aan de gedragscode is de activiteit van peilverhoging en peilverlaging bij de overgang van zomerpeil naar winterpeil en vice versa. Er zijn veel peilgebieden in Nederland die een afwijkend zomer- en winterpeil hebben. In algemeenheid vindt er bij de overgang van winterpeil naar zomerpeil een peilverhoging plaats. Een peilverhoging van 20 cm komt regelmatig voor.
De peilverhoging vindt jaarlijks plaats in de periode tussen 1 april en 1 mei. Dit is in een kwetsbare periode voor allerlei (water)vogels, namelijk midden in het broedseizoen. Daar waar broedsels liggen nabij de waterkant en er weinig drooglegging is of een (natuurlijke) oever met flauw talud ligt komt het nest met broedsel van de vogel (gedeeltelijk) onder water te staan. Hiermee worden de vogels verstoort. Ook worden broedsel van vogels die nesten op het water maken, zoals onder meer de meerkoet en waterhoen, verstoort door deze peilverhogingen.
Ervaring leert dat de Waterschappen geen aandacht hebben voor de mogelijke consequenties van peilverhoging in het voorjaar voor flora en fauna. Er wordt praktisch nooit ontheffing voor deze activiteit aangevraagd.
De gevolgen van peilverhoging in het broedseizoen zijn een blinde vlek, die ik hiermee zichtbaar wil maken. Het is derhalve noodzakelijk dat de activiteit van peilwijziging (verhoging en verlaging) wordt opgenomen in de gedragscode.
Opname van de activiteit dient te geschieden met waarborgen, zoals verplichte inventarisatie van mogelijke verstoorlocaties, verifieerbaar ecologisch onderzoek en adequate maatregelen, zodat er geen verstoring meer optreedt door peilverhoging en -verlaging voor flora en fauna, en daarbij specifiek watervogels.