Wet borging gegevensverwerkingen funderend onderwijs

Reactie

Naam Anoniem
Plaats Rhenen
Datum 31 maart 2025

Vraag1

Wilt u reageren op de Wet borging gegevens-verwerkingen funderend onderwijs? Dan kunt u hier uw reactie geven. U kunt dat doen door een bericht achter te laten of door een bericht te uploaden.
Om onderzoeken en rapportages daarbij betekenisvol te maken voor alle scholen, is het noodzakelijk dat deze op het juiste niveau worden gegenereerd. En dus dat de data op het juiste niveau worden opgehaald en vergeleken. Op dit moment staat in veel rapportages onzin, waar scholen niets mee kunnen. Toch worden er conclusies aan verbonden. Bijvoorbeeld door verschillende media, maar vervelender is dat zelfs de extern toezichthouder de rapportages gebruikt, ook in situaties waarin dit eigenlijk niet kan. En er onjuiste conclusies aan verbindt.
De oorzaak hiervan is bekend (herhaaldelijk aangeven aan CBS, MinOCW, NRO, etc.) en relatief simpel op te lossen. Groot bijkomend voordeel is dat de noodzakelijke aanpassing ook gelijk een aantal andere problemen met bekostiging en monitoring onderwijskwaliteit oplost.
De oorzaak is dat er wordt gewerkt op ('hoofd')BRINniveau, ook bijvoorbeeld bij het bepalen van de achterstandsindicator. Dat is niet het juiste niveau. Er moet worden onderzocht, vastgelegd en gerapporteerd op LOCATIEniveau. Zolang dit niet is georganiseerd, blijft men de database vullen met onzin en zijn rapportages dus niet goed bruikbaar. Niet voor de scholen die het betreft, maar ook niet voor de andere scholen: de vervuiling zit immers ook in de vergelijkingsgroep. Ik waarschuw hier al jaren voor, maar men blijft onzinrapportages opstellen en verspreiden. En erger: gebruiken.
Het probleem:
Op dit moment is het zo dat verschillende scholen die vallen onder één brin worden 'opgeteld', ook al is er sprake van verschillende vestigingsplaatsen en (dus) verschillende populaties. Vervolgens wordt een analyse losgelaten op 'de populatie', maar die 'populatie' bestaat dus eigenlijk helemaal niet. Scholen kunnen niets met de informatie die in het rapport staat, want die geldt dus voor meerdere verschillende locaties en populaties opgeteld. Dat is dus onzin: de beschreven populatie bestaat helemaal niet. Hetzelfde geldt voor de gepresenteerde percentages en verhoudingen in het rapport én in de (daardoor vervuilde) database.
De oplossing:
Achterstandsindicatoren én wegingen bepalen op locatieniveau (of beter: populatieniveau). RIO en LAS/LVS bieden hiervoor al de mogelijkheid.
Bijkomend (groot) voordeel: bekostiging kan dan naar de juiste plek (want de vertekende indicator wordt ook -steeds vaker- gebruikt bij bekostiging) en monitoring (evt. op effect bekostiging) en toezicht kunnen dan ook plaatsvinden op het juiste niveau.