Modernisering Energieprestatievergoeding huur

Reactie

Naam Movair Klimaatoplossingen (J.M. van der Zee)
Plaats Amsterdam
Datum 5 januari 2023

Vraag1

De voorgestelde wijziging van de Energieprestatievergoeding (EPV) beoogt de EPV aantrekkelijker te maken voor een bredere groep woningcorporaties. Acht u de “EPV 2.0” beter toepasbaar door:
a. de introductie van EPV-basis (waarbij de warmtevraag aansluit bij de Standaard voor woningisolatie en er minder duurzame energie op de woning hoeft te worden opgewekt);
b. de lagere eisen die gesteld worden aan meergezinswoningen;
c. het onderscheid dat aangebracht is tussen renovatie- en nieuwbouwwoningen waardoor voor renovaties hogere maximale vergoedingen gelden dan voor nieuwbouw?
Deze nieuwe EPV 2.0 is mijns inziens een aanmerkelijke verbetering t.o.v. de oude variant, eenvoudiger en breder toepasbaar maar kan nog aantrekkelijker gemaakt worden door de streefwaardes beter aan te laten sluiten bij de BENG methodiek. Zowel in deze EPV regeling als in de BENG 1 worden de Warmtebehoeftes voor ruimteverwarming uitgedrukt in de eenheid kWh_th/m2/jr maar worden deze anders bepaald en krijgen daarmee een andere betekenis en dat is jammer.
De warmtebehoefte voor ruimteverwarming wordt voor een belangrijk deel (in nieuwbouw grofweg tussen de 40% en 60%) veroorzaakt door opwarming van de toegevoerde ventilatielucht. Bij afvoer van de ventilatielucht kan deze warmte d.m.v. twee verschillende technieken teruggewonnen worden, m.b.v. een (tegenstroom) warmtewisselaar (WTW) of met een ventilatieluchtwarmtepomp. Beide oplossingen dragen bij aan een aanzienlijke vermindering van de warmtebehoefte/energievraag voor ruimteverwarming.
Ongelukkigerwijs is aanvankelijk in BENG 1 (bedoelt als indicator voor de isolatiekwaliteit van de schil) de warmtevraag voor ventilatie ondergebracht. Later is, om de beoordelingsstap in BENG 1 techniek neutraal te maken, dit forfaitair gecorrigeerd en de teruggewonnen warmte te berekenen in BENG 2 (Energieverbruik voor ventilatie door de installatie).
De op duurzame wijze teruggewonnen warmte d.m.v. een ventilatieluchtwarmtepomp of WTW wordt in de BENG methodiek zichtbaar gemaakt in BENG 2 door een lagere behoefte aan primaire fossiele energie terwijl bij de EPV 2.0 alleen de d.m.v. de WTW teruggewonnen warmte direct ten gunste wordt gebracht aan een lagere warmtebehoefte voor ruimteverwarming en daarmee dus voor de EPV een lagere kWh_th/m2/jr.
Voor de totale energievraag, zowel de warmtebehoefte voor ruimteverwarming als de gebruikte primaire energie, van de woning maakt het niet uit maar door dit verschil in methodiek ontstaat een onwenselijk verschil tussen beide Warmtebehoefte-indicators louter en alleen door de toegepaste techniek. Hierdoor is het uitgangspunt van de beoordeling op warmtebehoefte in de EPV niet meer techniek neutraal.
Door de bij de EPV 2.0 gehanteerde EH;nd en streefwaarden aan te laten sluiten bij de huidige in de BENG 1 gehanteerde methodiek ontstaat vanzelf de uitdaging om ook te willen voldoen aan EPV-Hoogwaardig.

Vraag2

De EPV beoogt de huurder de nodige (woonlasten) bescherming te geven. Wat vindt u van de geboden bescherming door:
a. de informatieplicht van de verhuurder vooraf richting de huurder (artikel 5);
b. het jaarlijks te verstrekken overzicht op basis van gemeten prestaties door middel van monitoring (artikel 4);
c. de korting op de EPV als uit gemeten prestaties blijkt dat de woning niet voldoet (artikel 3).
Een duidelijke verbetering t.o.v. de huidige versie. Heldere, voor de bewoner begrijpelijke, communicatie blijft echter doorslaggevend.

Vraag3

Hoe beoordeelt u de voorgestelde maximale EPV-vergoedingen in de tabel in de bijlage?
Lijken me redelijk.
Door deze vaste 'prijs' voor de energiezuinigheid van de woning is de bewoner grotendeels/geheel beschermd tegen stijgende energieprijzen. Dit lijkt me waardevol. Misschien kan het voor woningbouwcorporaties/verhuurders nog aantrekkelijke gemaakt worden (hogere vergoeding?) om deze extra investering te doen.

Vraag4

In navolging van de regelgeving omtrent bijna energieneutrale gebouwen (BENG) wordt voor de bepaling van de warmtevraag voor de EPV van een woning het gebruik van de NTA (Nederlandse Technische Afspraak) 8800 voorgeschreven. Hiermee wordt de energieprestatie bepaald en daarmee kan een energielabel in de database “EP-online” worden geregistreerd. Door registratie in EP-online wordt de energieprestatie van de woning geactualiseerd en wordt duidelijk welke berekening is toegepast. Daardoor kan niet alleen de huurder het nodige inzicht krijgen in de gemaakte berekening voor de warmtevraag, maar bij een geschil over de EPV ook de Huurcommissie en/of de rechter. Het afmelden bij RVO is hierdoor komen te vervallen. Kunt u zich vinden in deze vermindering van de lastendruk?
Zie mijn bij vraag 1 gemaakte bezwaar tegen de verschillen in de bepaling van de warmtevraag voor de EPV en de NTA8800.
Juist omdat de huurder en bij door de Huurcommissie en/of de rechter behandelde geschillen, EP-online inzicht moet geven in de warmtevraag/energieprestatie van de woning is eenduidigheid van groot belang!

Vraag5

Wat zou volgens u, naast de voorgestelde wijzigingen, de EPV tot een nóg beter instrument maken om verduurzaming van huurwoningen (klaar voor 2050) te versnellen?
Handhaven van de bij vraag 1 genoemde verschillen in de bepaling van de warmtevraag voor de EPV en de NTA8800 zal de toepassing van de EPV aanmerkelijk beperken omdat voor de markt onopgemerkt zal blijven dat de voor EPV gehanteerde streefwaarden met meer technieken eenvoudig en goedkoper gerealiseerd kunnen worden.