Modernisering Rijksoctrooiwet 1995
Reactie
Naam
|
MSc L Smeets
|
Plaats
|
Weert
|
Datum
|
19 maart 2025
|
Vraag1
Wat vindt u van het wetsvoorstel Modernisering Rijksoctrooiwet 1995?
Geachte lezer,
In reactie op het wetsvoorstel Modernisering Rijksoctrooiwet 1995 bijgevoegd mijn zienswijze. Hieronder een puntsgewijze samenvatting.
- Uit de stukken blijkt dat in de ons omringende landen (Frankrijk, Italië, Spanje, en, binnenkort ook Zwitserland) is overgeschakeld naar een octrooisysteem met inhoudelijke toetsing. Heeft deze omschakeling een positieve impuls gehad op de in de stukken gestelde problematiek?
- Uit de stukken blijkt dat een drietal beleidsopties zijn overwogen, waarbij gekozen is voor de 'zware variant' (volledige toetsing). Zijn andere beleidsopties tevens overwogen, te weten: een gedeeltelijk getoetst octrooi (op nieuwheid en industriële toepasbaarheid) of verlening van octrooi op basis van een reeds verleen en getoetst overeenkomstig octrooi?
- Hoewel de toelichting in de MvT houvast geeft met betrekking tot het verschoningsrecht voor octrooigemachtigden, geldt dit verschoningsrecht niet voor cliënten. De 'client attorney privilege' gaat hierin verder. Verzocht wordt om de ‘client attorney privilege’ in de nieuwe Rijksoctrooiwet op te nemen.
- Verzocht wordt de bezwaar- en beroepstermijn voor de aanvrager in lijn te brengen met de termijnen zoals bekend uit het EOV.
- Verzocht wordt 'duidelijkheid' als grond voor bezwaar uit te sluiten.
- Verzocht wordt om art. 22a ROW (verdere behandeling) tevens van toepassing te laten zijn op de termijnen zoals vermeld in art. 35b ROW en art. 48a ROW.
- Verzocht wordt om de periode voor het indienen van een afgesplitste aanvraag te wijzigen (art. 28 lid 5 ROW) en deze gelijk te stellen aan de periode voor het indienen van bezwaar tegen het besluit tot afwijzing.
- Verzocht wordt de voorwaarde voor de exclusieve licentienemer conform art. 73a lid 1 ROW aan te passen zodat het hier een striktere voorwaarde betreft dan nu gedefinieerd is. Een mogelijke aanpassing zou als volgt kunnen lezen: "(...), mits de octrooihouder voorafgaand aan de vordering uitdrukkelijk en schriftelijk in kennis is gesteld en hij binnen een redelijke termijn de gelegenheid heeft gehad om bezwaar te maken tegen het instellen van de vordering".
- Verzocht wordt om de beperkingen met betrekking tot het aantal conclusies en aanvullende voorwaarden (art. 25 ROW) te schrappen uit de Rijksoctrooiwet en op te nemen in het Uitvoeringsreglement.
- Voorgesteld wordt om art. 77 ROW aan te passen in lijn met de handhaving van nationale rechten in de ons omringende landen.
Bijlage