Modernisering Rijksoctrooiwet 1995
Reactie
Naam
|
Anoniem
|
Plaats
|
Den Bosch
|
Datum
|
31 maart 2025
|
Vraag1
Wat vindt u van het wetsvoorstel Modernisering Rijksoctrooiwet 1995?
Geachte consultatie-commissie,
In aansluiting op de reactie van meerdere beroepscollega's wil ik eveneens benadrukken dat het wenselijk is dat Art. 77 nROW wordt 'gemoderniseerd' in het kader van de recente inwerkingtreding van de wetgeving van het UPC en het unitair octrooi.
Een unitair octrooi is alleen handhaafbaar voor de UPC-rechter en aldus is de rechtsgang naar de Nederlandse rechter is uitgesloten. Ditzelfde zal op termijn ook gaan gelden voor een Europees octrooi dat gevalideerd is voor Nederland: t.w. na afloop van de overgangstermijn vastgesteld in het UPC verdrag (7 tot 14 jaren na 1 juni 2023).
Elke beperking op grond van Art.77 nROW t.a.v. het handhaven van een Nederlands octrooi (dat onder de nROW is verleend) voor een nationale rechtbank vanwege het bestaan van een overeenkomstig Europees octrooi dat echter niet langer handhaafbaar is voor een Nederlandse rechter is m.i. onwenselijk: aldus worden de mogelijkheden die de octrooihouder principieel verkrijgt op grond van een Nederlands octrooi serieus beperkt, omdat de octrooihouder geen keuze meer vrij staat om te kiezen voor een gang naar een nationale rechtbank als (vaak kostengunstig) alternatief voor een UPC-rechtbank.
Kort en goed: zgn. dubbele octrooibescherming is wenselijk in situaties waarin er sprake is van twee overeenkomstige octrooien die van rechtswege voor verschillende rechtbanken moeten worden gehandhaafd.
Het bovenstaande samenvattend, concludeer ik dat dubbele octrooiering redelijk en billijk is voor een octrooihouder in het geval dat de bevoegdheid van de Nederlandse rechtbank en de UPC rechtbank van elkaar zijn afgescheiden. Deze afscheiding in bevoegdheden van beide rechtbanken geldt nu reeds voor een unitair octrooi en zal op termijn tevens gaan gelden voor een Europees octrooi dat in Nederland is gevalideerd.
Om deze gewenste doelstelling te bereiken, zou overwogen moeten worden om het gehele Art. 77 nROW te schrappen zodra de overgangstermijn van het UPC verdrag ten einde is gekomen. Om het hoofd te bieden aan de huidige situatie t.a.v. unitaire octrooien, zou daarnaast overwogen moeten worden om unitaire octrooien van Art. 77 nROW uit te sluiten (conform een eerdere versie van het wetsontwerp + de definitie van een unitair octrooi in Art. 1 ROW).
Met vriendelijke groet,
Olaf Roelands