Wetsvoorstel strafbaarstelling verheerlijken van terrorisme en openbare steunbetuiging aan terroristische organisaties

Reactie

Naam Anoniem
Plaats Amsterdam
Datum 14 augustus 2025

Vraag1

Wilt u reageren op het wetsvoorstel? Dan kunt u hier uw reactie geven. U kunt dat doen door een bericht achter te laten of door een document te uploaden.
1. Onduidelijke definities en risico op willekeur
Het voorstel gebruikt kernbegrippen als terrorisme en terroristische organisatie zonder duidelijke juridische afbakening. De VN- en EU-lijsten waarop Nederland zich baseert, worden beïnvloed door geopolitieke belangen en wijzigen op basis van politieke afwegingen.
Risico: Strafvervolging op basis van politiek gekleurde interpretaties in plaats van neutrale normen.
2. Inperking van legitieme meningsuiting
De strafbaarstelling van “verheerlijking” kan leiden tot vervolging van vreedzame politieke uitingen. In andere landen zijn activisten en journalisten vervolgd omdat hun doelen overeenkwamen met die van een gelabelde organisatie, ook zonder steun aan geweld.
Risico: Inbreuk op vrijheid van meningsuiting en politieke participatie, in strijd met artikel 10 EVRM.
3. Discriminatoire en ongelijke toepassing
Het label “terroristisch” wordt onevenredig vaak toegepast op islamitische organisaties en individuen, terwijl gewelddadige actoren uit westerse context meestal buiten beeld blijven.
Risico: Versterking van bestaande discriminatie en schending van artikel 1 van de Grondwet.
4. Internationale voorbeelden van misbruik
In landen als Turkije, Rusland, Duitsland en het VK wordt vergelijkbare wetgeving gebruikt om vreedzame critici en demonstranten te vervolgen. Vaak begint dit met vage definities en eindigt het met beperking van fundamentele vrijheden.
Risico: Ondergraving van kernwaarden van de democratische rechtsstaat.
5. Overbodigheid en schade voor de rechtsstaat
Bestaande Nederlandse wetgeving maakt opruiing, bedreiging en daadwerkelijke ondersteuning van terrorisme al strafbaar. Dit voorstel voegt weinig toe maar vergroot het risico op misbruik, rechtsongelijkheid en aantasting van grondrechten.
Conclusie
Het wetsvoorstel is juridisch ondeugdelijk, onnodig en disproportioneel. Ik verzoek de regering het voorstel in te trekken en vast te houden aan bestaande wetgeving met heldere, objectieve kaders.