Wetsvoorstel strafbaarstelling verheerlijken van terrorisme en openbare steunbetuiging aan terroristische organisaties

Reactie

Naam Anoniem
Plaats Amsterdam
Datum 13 augustus 2025

Vraag1

Wilt u reageren op het wetsvoorstel? Dan kunt u hier uw reactie geven. U kunt dat doen door een bericht achter te laten of door een document te uploaden.
Het is een zeer slechte zaak wanneer mensen nog minder hun mening kunnen uiten. Voor je het weet wonen we in Noord Korea. Een land als Israël, waarvan door de Nederlandse overheid wordt gezegd dat, het de enige democratie in de regio is, is gesticht door mensen die destijds door de gevestigde orde als terroristen werden bestempeld.

Als we die lijn vasthouden, wordt het moeilijk om het huidige Nederlandse buitenlandbeleid, waarin alles van Israël als zoete koek wordt geslikt, vol te houden.

Nelson Mandela werd ook bestempeld als terrorist. Terwijl zonder Mandela Zuid Afrika verscheurd zou zijn door een burgeroorlog.

De Verenigde Staten van Amerika, die toch de baas zijn in De Tweede Kamer, zijn ook opgericht door wat de toenmalige Engelse kroon zag als terroristen.

De huidige leiding van de Oekraïne is aan de macht gekomen middels een staatsgreep. Daar praat niemand over en dat wordt niet gezien als een belemmering.

De vrijheidsstrijders van Indonesië werden hier als terroristen neergezet maar in de rest van de wereld als helden.

Vandaag terrorist, morgen held. Het huidige wetboek van strafrecht biedt al voldoende handvatten. Oproepen tot en het plegen van geweld tegen mens en dier is strafbaar. Het vernielen van andermans eigendom is strafbaar. Belediging is strafbaar. Waarom zouden gedachten ook strafbaar moeten zijn? Juist in een land dat beweert de hoofdstad van het internationale recht te zijn. Een land wat zegt pal te staan voor democratische waarden en vrijheid.

Deze wet en het bedenken van deze wet duidt erop dat er slechts in woord maar niet in daad een verschil is tussen Noord Korea en Iran enerzijds en Nederland en Engeland anderzijds.

De overheid laat hiermee zien dat het commentaar op China, Noord Korea en Iran meer een uiting van jaloezie is dan van afschuw.

Al met al begeeft de wetgever zich op een hellend vlak wanneer dit soort wetgeving aangenomen wordt.