Wet passende eigen bijdrage huishoudelijke hulp

Reactie

Naam Anoniem
Plaats Breda
Datum 10 december 2022

Vraag1

Welke opmerkingen heeft u bij het Wetsvoorstel eigen bijdrage huishoudelijke hulp?
Het wetsvoorstel gaat uit van minder instroom, hogere inkomsten als gevolg van de hogere eigen bijdrage en hogere uitstroom. Dit treedt slechts in zeer geringe mate op.

Instroom: de vraag is of dit wetsvoorstel leidt tot minder mensen die om financiële redenen een aanvraag voor HH doen. Nieuwe cliënten betreffen jaarlijks zo’n 20% van ons totale cliëntenbestand. Een verlaging van de instroom van bijvoorbeeld 10% betekent slechts 2% van het totaal. Daarnaast is er nog een wachtlijst bij aanbieders (in Breda +/- 300-400 cliënten). Dus minder meldingen betekent niet minder cliënten bij onze aanbieders. Ook hebben we voorlopig nog te maken met personeelskrapte waardoor de wachtlijst in stand blijft en de inschatting is dat dan we pas over 4-5 jaar geen wachtlijst meer hebben. Omdat het aantal cliënten dat gebruik maakt van HH de komende jaren gelijk blijft (immers alleen de wachtlijst wordt korter), betekent dit dat de kosten voor HH gelijk blijven, of waarschijnlijker zullen stijgen naar aanleiding van indexaties/CAO-wijzigingen.

Hogere bijdrage: met dit wetsvoorstel innen gemeenten een hogere eigen bijdrage voor HH. In een bestuurlijk overleg heeft de staatssecretaris van VWS een bedrag van € 110 miljoen na 2025 berekend als opbrengst van de eigen bijdragen en/of als compensatie vanuit VWS (voor de periode 2022 – 2025 is er geen compensatie). Breda krijgt daarvan gemiddeld genomen ong. 1%, €1,1 miljoen. Een doorrekening vanuit de gemeente Breda laat zien dat de geschatte extra inkomsten als gevolg van de inkomensafhankelijke eigen bijdrage in het gunstigste geval zo’n €500.000,- oplevert (op basis van inkomensverdeling en de daarbij te betalen bijdrage). Dit is dus nog niet eens de helft van het door de staatssecretaris berekende bedrag.

Uitstroom: ook op het gebied van uitstroom zijn de verwachtingen laag; inwoners met de hoogste inkomens gaan maximaal een eigen bijdrage van €255,- betalen. Bij middeninkomens is dit vaak nog minder. Op de particuliere markt zullen zij voor dezelfde ondersteuning per maand meer kwijt zijn en geen financieel voordeel behalen. En ook daar is personeelskrapte. Op basis daarvan gaan we uit van slechts enkele cliënten die uit zullen stromen vanwege de aanpassing van de eigen bijdrage, omdat hulp via de gemeente goedkoper blijft.

Kortom: dit wetsvoorstel gaat een gering effect hebben op de financiële houdbaarheid en tekorten binnen de Wmo. Zie bijlage voor nadere toelichting.

Vraag2

Verwacht u dat het wetsvoorstel effect zal hebben op u of uw organisatie, en zo ja, op welke manier? Zijn er effecten van het wetsvoorstel die niet beschreven staan in de toelichting en zo ja, welke zijn dit?
De gevolgen voor gemeenten zullen zijn dat de tekorten op huishoudelijke hulp als gevolg van het abonnementstarief grotendeels in stand zullen blijven. Het doel dat wordt beoogd met het wetsvoorstel, namelijk het afremmen van de groei en het gebruik huishoudelijke hulp (HH), wordt volgens ons niet behaald. In Breda zijn de totale kosten van HH tussen 2018-2022 gestegen van ongeveer 11 milj. naar ruim 16 milj. (+ bijna 50%); een cumulatie van het gestegen cliëntaantal maal het sterk gestegen tarief (+30%). Wanneer we het VNG Voorspelmodel hanteren, groeien de kosten door tot zo’n 20 miljoen in 2025: bijna een verdubbeling van de kosten in 7 jaar tijd.

Daarnaast zal door de opgenomen mogelijkheid van het pauzeren van de eigen bijdrage het uitvoeringswerk toenemen. Hoe hoger de eigen bijdrage is, hoe meer cliënten erop zullen staan hun eigen bijdrage te pauzeren wanneer zij geen gebruik maken van de ondersteuning. In de praktijk zien we nu ook al dat cliënten dit vaak pas achteraf melden (soms wel tot een jaar later). Dit heeft ook te maken met het feit dat pas na het verstrijken van een volledige CAK-periode vast te stellen is of dit effect heeft op de eigen bijdrage. Dit moet dan met terugwerkende kracht hersteld worden. De berichtgeving van het CAK volgt hier dan weer later op. De cliënt krijgt dan achteraf diverse correcties, wat onduidelijkheid veroorzaakt. Hetzelfde effect treedt op bij situaties waarbij de ondersteuning weer wordt opgestart. Als gemeente zijn we afhankelijk van het signaal van de cliënt of de aanbieder dat de ondersteuning weer is gestart. Ondanks afspraken met cliënten en ook met aanbieders loopt dit vaak niet goed. Dit betekent dat cliënten achteraf met terugwerkende kracht de inkomensafhankelijke eigen bijdrage weer krijgen opgelegd, wat onwenselijk is.

Tot slot wordt het in situaties waar cliënten naast de inkomensafhankelijke eigen bijdrage ook een maatwerkvoorziening heeft waarvoor het abonnementstarief geldt, lastig in de communicatie naar de cliënt. Ook voor onze Wmo-consulenten is dit nauwelijks nog uit te leggen aan cliënten.

Vraag3

Welke suggesties en verbeteringen stelt u voor bij het Wetsvoorstel eigen bijdrage huishoudelijke hulp?
- Geen plafond aan eigen bijdrage op basis van inkomen. Door een maximum van €255,- in te voeren, worden met name de middeninkomens belast en de huishoudens met hoge(re) inkomens nauwelijks. Met name deze groep heeft de weg naar huishoudelijke hulp binnen de Wmo gevonden, soms zelfs als alternatief voor een particuliere hulp.
- Geen uitzonderingsgrond voor niet-AOW gerechtigde meerpersoonshuishoudens.
- Huishoudelijke hulp alleen verstrekken aan inwoners onder een bepaalde inkomensgrens.
- Huishoudelijke hulp geen onderdeel meer laten zijn van de Wmo, maar als inkomensondersteuning zien.
- Inkomensafhankelijke eigen bijdrage ook terug laten komen voor woningaanpassingen en hulpmiddelen (deze zijn nu uitgesloten hoewel daar ook een aanzuigende werking zichtbaar is)
- Geen pauzemogelijkheid, maar in de wet opnemen dat er een eigen bijdrage wordt gevraagd zolang de indicatie geldt (cliënt kan ook aangeven te stoppen); dit scheelt uitvoeringskosten en onduidelijkheid voor cliënten.

Bijlage