Wijziging van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek in verband met het beperken van de compensatieregeling transitievergoeding bij ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid tot kleine werkgevers
Reactie
Naam
|
Voorne-Putten Werkt (dhr. R. Mol)
|
Plaats
|
Spijkenisse
|
Datum
|
18 maart 2025
|
Vraag1
Geen specifieke vraagstelling. U kunt reageren op alle onderdelen.
Als leerontwikkelbedrijf Voorne-Putten Werkt scharen wij ons achter de zorgen die Cedris heeft geuit over de wetswijziging (voorgenomen per juli 2026). De beperking van de compensatieregeling voor de transitievergoeding leggen voor ons een onevenredige financiële last, maar zo op alle ontwikkelbedrijven. Voor Voorne-Putten Werkt kan het vervallen van de compensatie jaarlijkse last oplopen tot ruim € 100.000,-.
Voorne-Putten Werkt heeft als maatschappelijke taak om mensen die een grotere ondersteuningsbehoefte hebben en bij wie dus vaak sprake is van ziekte of multiproblematiek, te begeleiden en passend werk te bieden.
Door de aard van onze doelgroep komen transitievergoedingen bij langdurige arbeidsongeschiktheid relatief vaker voor. De voorgenomen maatregel, waarbij compensatie voor deze kosten komt te vervallen voor middelgrote en grote werkgevers, brengt ons in een financieel kwetsbare positie en beperkt onze mogelijkheden om mensen naar werk te begeleiden.
De redenering dat grotere bedrijven de kosten intern kunnen opvangen, gaat niet op voor werkontwikkelbedrijven.
Wij werken zonder winstoogmerk en onze financiële middelen worden volledig ingezet voor begeleiding en ondersteuning van onze medewerkers. Het wegvallen van de compensatie leidt direct tot minder beschikbare middelen en dus tot een vermindering van onze maatschappelijke impact.
Daarnaast leidt deze bezuinigingsmaatregel tot een verschuiving van de financiële last naar gemeenten, die verantwoordelijk zijn voor de re-integratie van werkzoekenden. In plaats van een besparing op Rijksniveau, ontstaat er hierbij een nieuw tekort op lokaal niveau.
Het verzoek is dan ook om voor werkontwikkelbedrijven een uitzondering te maken op deze bezuiniging, zodat wij onze belangrijke maatschappelijke taak onverminderd kunnen voortzetten.
Namens VPW,
R. Mol
Teamleider Bedrijfsvoering