Besluit beroepskrachten ve in opleiding en interactief voorlezen

Reactie

Naam Wij zijn JONG (Beleidsadviseur Pedagogiek L.H.M. Gerrits)
Plaats Eindhoven
Datum 17 maart 2025

Vraag1

Wilt u reageren op de wijziging van het Besluit kwaliteit basisvoorwaarden ve? Dan kunt u hier uw reactie geven. U kunt dat doen door een bericht achter te laten of door een bericht te uploaden.
Voor beide onderwerpen (het formatief inzetten van BBL-studenten op een VE-groep en taaleis ‘lezen’ vervangen door vaardigheid ‘interactief voorlezen’) ziet Wij zijn JONG de wijziging van het Besluit als een positieve ontwikkeling op pedagogisch gebied zowel in relatie tot het personeelstekort als de ontwikkeling van BBL-studenten. Het vergt aanpassingen door kinderopvangorganisaties die niet onderschat dienen te worden.

Vraag2

Welke kansen bieden deze wijzigingen u?
BBL-studenten formatief inzetten op een VE-groep biedt volgens Wij zijn JONG betere mogelijkheden voor BBL-studenten om praktijkervaring op te doen en geeft meerwaarde aan hun ontwikkeling. Daarnaast biedt het ruimte om, rekening houdend met personeelstekorten, groepen verantwoord open te houden.

Interactief voorlezen in plaats van taaleis ‘lezen’. Het onderdeel lezen als extra onderdeel binnen de taaleis vormt voor pedagogisch medewerkers regelmatig een struikelblok. Interactief voorlezen zorgt voor het breder inzetbaar zijn van pedagogisch medewerkers binnen de (dag)opvang. Daarnaast heeft interactief voorlezen een grotere inhoudelijke meerwaarde voor de pedagogisch medewerkers dan het onderdeel ‘lezen’ in de taaleis.

Vraag3

Welke knelpunten voorziet u in de uitvoering?
BBL-studenten op een VE-groep: Het is voor kinderopvangorganisaties van belang dat kaders vooraf helder zijn hoe aan te tonen dat het eerste jaar is afgerond en dat de BBL-student bekwaam is om intallig ingezet te worden op een VE-groep.

Interactief voorlezen in plaats van taaleis ‘lezen’: Als interactief voorlezen als extra onderdeel verplicht wordt binnen de module ontwikkelingsgericht werken in de voorschoolse educatie (aanvullend onderdeel f), zal dit naar verwachting ook een onderdeel zijn dat cyclisch aantoonbaar onderhouden moet worden (in combinatie met artikel 4.4, besluit basisvoorwaarden voorschoolse educatie). Dat maakt dat (VE) coaches hierin goed moeten zijn opgeleid en dit expliciet wordt opgenomen in het opleidingsplan en aanbod aan trainingen en coaching. Dit vraagt extra investeringen van kinderopvangorganisaties in zowel tijd als geld.

Tegelijkertijd is interactief voorlezen vaak al een expliciet onderdeel van een VE-programma (onderdeel a en b). Het is van belang ervoor te waken dat de lijst met onderdelen van de module ontwikkelingsgericht werken in de voorschoolse educatie niet steeds langer wordt.