Wijziging van de Vakantieregeling WW en IOW

Reactie

Naam A Lam
Plaats Alkmaar
Datum 20 augustus 2021

Vraag1

U kunt reageren op alle onderdelen.
Het is altijd slim om de getalsmatige kanten van het beleid zo in te richten dat deze uitsluitend afhangen van relevante parameters, en wel volgens lineaire verbanden.

Op het eerste gezicht is de hier voorgestelde wijziging een verbetering, omdat de vakantierechten nu niet meer afhangen van de aanvangsdatum van de uitkering. Er is dus een verband met een niet-relevante parameter geëlemineerd. Ook is het verband op het eerste gezicht lineair: "Het aantal vakantiedagen [..] wordt berekend met de formule (A/52) * V".

Echter, de parameter A heeft geen vaste betekenis. In het geval van meerdere rechten op een WW-uitkering tegelijkertijd naast elkaar wordt cumulatie ongewenst geacht. Een werknemer die van 1 januari tot 1 juli recht op een WW-uitkering heeft wegens urenverlies van 40 naar 32 uur, en van 1 april tot 1 oktober wegens urenverlies van 32 naar 24 uur, heeft driekwart jaar recht op (een) uitkering(en), dus het aantal vakantiedagen bedraagt driekwart van 20 = 15. Maar als bij dezelfde werknemer het tweede urenverlies was ingegaan op 1 juli, wordt het tweede recht niet als aanvullend maar als nieuw gezien en bedraagt het aantal vakantiedagen 20. Via een achterdeurtje is er toch weer een datum-afhankelijkheid ingeslopen.

In dit voorstel wordt het aantal vakantiedagen gekoppeld aan het aantal dagen waarop recht op WW-uitkering bestaat, maar niet aan de hoogte van die uitkering. Of het recht is gebaseerd op een verlies van 8 of 16 uren maakt in dit voorstel niet uit. Terwijl de werknemer ook nog bij de werkgever(s) vakantierechten heeft, evenredig aan de nog wel gewerkte uren. Bij 32 uur bedragen die rechten meer dan bij 24 uur. Dus cumulatie van WW-vakantierechten is juist wenselijk, om het verlies aan werkgevers-vakantierechten te compenseren.

De enige relevante parameter is het aantal uren waar het recht op WW op is gebaseerd, dus geef in de formule (A/52) * V aan A een betekenis die hier recht evenredig aan is.

De bovengenoemde datum-afhankelijkheid treedt dan niet op: wie van 1 januari tot 1 april op grond van 8 uur WW-vakantierechten heeft, van 1 april tot 1 juli op grond van 16 uur, en van 1 juli tot 1 oktober weer op grond van 8 uur, krijgt dan evenveel vakantiedagen als wie zowel de eerste als de tweede helft van het jaar op grond van 8 uur WW-vakantierechten heeft. Dit is eerlijk, omdat ook het totale aantal gewerkte uren in het hele jaar in beide gevallen gelijk is, net als het totale aantal werkgevers-vakantiedagen.