Zoekresultaat

81 resultaten
U heeft gezocht op: Burgerlijk recht

Sorteren op:
  • Wet aanpassing 2:20 BW

    Het regeerakkoord stelt dat de verbodsbepalingen voor radicale organisaties die tot doel hebben om onze democratische rechtsstaat omver te werpen of af te schaffen moeten worden uitgebreid door aanpassing van artikel 2:20 BW. Met de in het wetsvoorstel neergelegde combinatie van civiel- en strafrechtelijke maatregelen beoogt de regering het instrumentarium voor het waarborgen van de open democratische samenleving te versterken.

  • Wet overgang van onderneming in faillissement

    Met dit wetsontwerp en deze ministeriële regeling wordt een nieuwe regeling ingevoerd betreffende de positie van werknemers in faillissement. In het bijzonder betreft het de rechten van werknemers bij een overgang van onderneming in faillissement.

  • Wijziging van de Wet griffierechten burgerlijke zaken

    Met dit wetsvoorstel wordt uitvoering gegeven aan de toezegging van de Minister voor Rechtsbescherming aan de Tweede Kamer om de Wet griffierechten burgerlijke zaken als volgt te wijzigen: - de huidige griffierechtcategorie van vorderingen van €500 tot €12.500 wordt opgesplitst in vier categorieën; - de griffierechten voor rechtspersonen en burgers in de categorieën tot €5.000 worden dichter bij elkaar gebracht; - de griffierechten voor vorderingen van €5.000 of meer worden verhoogd.

  • Besluit elektronisch procederen

    Het Besluit elektronisch procederen (Bep) biedt een regelgevend kader voor alle vormen van vrijwillig en verplicht elektronisch procederen in het civiele recht en het bestuursrecht. Het Bep komt in de plaats van huidige lagere regelgeving over elektronisch procederen, waaronder het Besluit digitalisering burgerlijk procesrecht en bestuursprocesrecht. Het Bep sluit inhoudelijk zoveel mogelijk aan op dit besluit.

  • Implementatiewetsvoorstel richtlijnen verkoop goederen en levering digitale inhoud

    Met dit wetsvoorstsel worden twee Europese consumentenrechten richtlijnen geïmplementeerd. De richtlijnen regelen o.a. dat consumenten zowel voor digitale inhoud (bijv. games, applicaties), digitale diensten (bijv. streaming) als voor goederen met een digitaal element (bijv. een smart TV) recht krijgen op (veiligheids-)updates zolang zij die redelijkerwijs mogen verwachten. Ook wordt de duur van de omkering van de bewijslast ten gunste van de consument verlengd van zes maanden naar één jaar.

  • Wijziging voorwaarden geslachtsvermelding geboorteakte

    Wijziging procedure vermelding geslacht in geboorteakte: 1. De deskundigenverklaring vervalt. 2. Personen van zestien jaar en ouder kunnen terecht bij de ambtenaar van de burgerlijke stand van hun woonplaats voor een eerste of tweede wijziging. 3. Een volgende wijziging kan via de rechtbank. 4. Ook voor kinderen jonger dan zestien jaar wordt het mogelijk de vermelding van het geslacht te wijzigen. Dit kan via de rechtbank.

  • Wet deelgezag

    Dit wetsvoorstel introduceert een nieuwe vorm van gezag over een minderjarige, het deelgezag. De deelgezagdrager krijgt de bevoegdheid en verantwoordelijkheid om met de gezagdragende ouders en voogden dagelijkse beslissingen te nemen over de verzorging en opvoeding van een kind. Voor het kind biedt deelgezag meer duidelijkheid over de rol van deze derde en waarborgen voor behoud van contact met deze persoon of personen.

  • Wet kind, draagmoederschap en afstamming

    Dit wetsvoorstel is aangekondigd per kabinetsbrief van 12 juli 2019 (Kamerstukken II 2018/19, 33836, 45). De regeling voor draagmoederschap en versterking van het recht op afstammingsinformatie sluit aan bij de veranderingen en behoeften in de samenleving van vandaag en in de toekomst. Het kind staat hierbij centraal, meer in het bijzonder de ontwikkeling van diens afstammingsidentiteit en de bescherming van banden met personen die een belangrijke rol spelen in diens leven.

  • Wijziging Besluit burgerlijke stand 1994 ivm regels over gezamenlijk gezag door erkenning

    Op grond van initiatiefwetsvoorstel gezamenlijk gezag door erkenning heeft de erkenning van een kind van rechtswege de gezamenlijke uitoefening van het gezag door de moeder en de erkenner tot gevolg. Hierop gelden enkele uitzonderingen. Een daarvan is dat geen gezamenlijk gezag ontstaat als uit de akte van erkenning blijkt dat de moeder en de erkenner hebben verklaard dat de moeder alleen het gezag uitoefent. De inhoud van de erkenningsakte is opgenomen in het Beluit burgerlijke stand 1994.  Met de wijziging van dit besluit wordt mogelijk gemaakt dat de verklaring over het eenhoofdig gezag van de moeder in de erkenningsakte wordt opgenomen. 

  • Wet opleggen betalingsregeling door de rechter

    Art. 6:29 BW bepaalt dat de schuldenaar zonder toestemming van de schuldeiser niet bevoegd is het verschuldigde in gedeelten te voldoen. Dit betekent dat de rechter alleen met medewerking van de schuldeiser een betalingsregeling kan opleggen. Het kunnen opleggen van een passende betalingsregeling kan bijdragen aan het voorkomen dat schuldenaren (verder) in de financiële problemen raken. Art. 6:29 BW wordt daarom aangevuld met de mogelijkheid dat ook tegen de wil van een schuldeiser door de rechter een betalingsregeling kan worden opgelegd wanneer het op grond van de redelijkheid en billijkheid niet van de schuldenaar kan worden gevergd dat hij zijn vordering in één keer betaalt. Hierbij mag dan geen sprake zijn van onevenredige benadeling van de schuldeiser en dienen beide partijen zich over de regeling te kunnen uitlaten.