Wijziging van de Participatiewet in verband met het op onderdelen in balans brengen van de wet tussen bestaanszekerheid, re-integratie en handhaving

Reactie

Naam Van der Linden Opleidingen & Advies (mr. H.W.P.M. van der Linden)
Plaats Tilburg
Datum 29 juni 2023

Vraag1

Ter internetconsultatie ligt het algemene deel van de Memorie van Toelichting, een concept-wettekst en daarbij behorende artikelsgewijze toelichting.

U kunt reageren op alle onderdelen.
Graag een extra sub toevoegen aan art. 31, lid 2 Pw dat gaat over middelen van een Pw-klant waarover hij of zij beschikt of redelijkerwijs kan beschikken die NIET als middel worden aangemerkt, nl. de situatie waarin ex-echtgenoten bij echtscheidingsconvenant een zgn. "studie- of werkbeding" regelen waarin de ex-partner (in praktijk vaak de man) maandelijks geld stort op een rekening voor zijn of haar minderjarig kind dat verblijft bij de partner in de bijstand. De Pw-klant verzuimt vaak deze rekening op te geven omdat de ex-partner dit geldt stort met als doel dat het minderjarig kind als het 18 jaar wordt, extra geld heeft om te kunnen studeren of om een auto te kopen om mobieler te kunnen zijn om betaald werk te vinden. Als de ex-partner dit geld per maand stort, ontstaat er op enig moment mogelijk een overschrijding van het vrij te laten bescheiden vermogen van de partner in de Pw. Het gevolg is dat de Pw-klant dan eerst dit door de ex-partner opgebouwde vermogen moet opsouperen, voordat de bijstand kan worden voortgezet. De Pw-vermogenstoets tast zo de eerder gemaakte afspraken in het echtscheidingconvenant aan en daardoor ook de kwetsbare relatie tussen 2 ex-partners. Tegenstanders van deze afspraak zullen zeggen dat dit bedrag afgaat van het bedrag dat een gemeente kan verhalen op de ex-partner. M.i. wordt evenwel voorbij gegaan aan de gebruikelijke afspraak vandaag de dag tussen ex-partners om het kind niet op termijn de dupe te laten worden van de echtscheiding en de keuze om financieel te investeren in de toekomst van hun minderjarig kind. Het zou mooi zijn als in de Pw-vermogens- en middelentoets wordt afgestemd op deze gebruikelijke afspraak in het echtscheidingsrecht. Je zou er ook een BEM-clausule op kunnen zetten als extra voorwaarde zodat je zeker weet dat als het kind 18 jaar wordt, het kind dan ook echt eigenaar wordt van deze spaarrekening en als je streng wilt zijn, zou je er ook nog de voorwaarde aan kunnen verbinden dat het meerderjarige kind dat thuis woont, dit opgebouwd vermogen echt moet besteden aan studie of een voorziening voor betaald werk.