Wijziging van de Regeling bodemkwaliteit in verband met periodieke actualisatie

Reactie

Naam Branche Organisatie Grondbanken (Ir HJF Groeneveld)
Plaats Rotterdam
Datum 15 september 2017

Vraag1

Heeft u opmerkingen op de voorgenomen wijzigingen van de Regeling bodemkwaliteit en nota van toelichting?
Bewaar tegen onderdeel H betreffende de verhoging van de maximale waarde voor minerale olie (tot 2021) van 500 naar 1500 mg/kg d.s. voor bouwstoffen die worden toegepast in een bovenafdichting
conform het Stortbesluit bodembescherming.

Een gelijkluidend voorstel hiervoor is enkele jaren geleden ook al ingebracht in de hiervoor bedoelde gremia. Twee maal in de Sectie Grondstromen, in de Programmaraad Bodembescherming en het Centraal College van Deskundigen Bodem van het SIKB en in de Werkgroep beleid en regelgeving Bbk en het Implementatieteam Bodem van IenM. De inbrenger is toen meermaals in de gelegenheid gebracht zijn argumentatie hiertoe voor te leggen aan de diverse deskundige
vertegenwoordigers van diverse branches en overheden waaruit deze gremia zijn samengesteld. Dit voorstel tot verhoging van normwaarden t.o.v. de landelijke normen is telkenmale unaniem afgewezen.
De belangrijkste redenen waren:
Het was voor de receptuur van de minerale afdichtingslaag niet noodzakelijk dat er afvalstoffen in werden gebruikt die niet voldeden aan de landelijke normen als opgenomen in de Rbk.
De minerale olie had geen rol bij de afdichtingfunctie, chemisch noch fysisch.
Er was/is voor stortplaatsbeheerders voldoende keuze voor afdichtingsconstructies die samengesteld zijn uit materialen die wel voldoen aan de landelijke normen.
Een specifieke vrijstelling zou enkel een commercieel doel hebben voor de specifieke producent. Daar is de regelgeving niet voor bedoeld. Een vrijstelling zou daarmee ook marktverstorend werken. Het bedrijfsleven hecht aan een gelijk speelveld.
Volgens ons heeft geen van deze argumenten aan waarde ingeboet, en zijn deze ook van toepassing op het huidige wijzigingsvoorstel van onderdeel H.

Het bevreemd ons zeer dat deze norm erin is gekomen ondanks dat in de bovengenoemde overlegstructuren deze verhoging is afgewezen.

Wij verzoeken u om onderdeel H met de genoemde vrijstelling alsnog te schrappen uit de wijzigingen.