Zoekresultaat

93 resultaten
U heeft gezocht op: Burgerlijk recht

Sorteren op:
  • Wet minimumuurloon

    Dit wetsvoorstel brengt wijzigingen aan in de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (WML) om te komen tot een voor elke onder de reikwijdte van de WML vallende werkende geldend uniform minimumuurloon. De introductie van een uniform wettelijk minimumuurloon leidt tot een eerlijker en transparanter minimumloon voor iedereen. Daarnaast is het noodzakelijk om de handhaving te versterken.

  • Besluit vergoeding affectieschade

    Het wetsvoorstel tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek, het Wetboek van Strafvordering en het Wetboek van Strafrecht teneinde de vergoeding van affectieschade mogelijk te maken en het verhaal daarvan alsmede het verhaal van verplaatste schade door derden in het strafproces te bevorderen (34 257) introduceert een aanspraak op vergoeding van affectieschade van naasten van gekwetste of overleden slachtoffers. In het onderhavige besluit wordt de omvang van deze vergoeding forfaitair bepaald.

  • Wetsvoorstel wijziging markt en overheid, concentratietoezicht en privaatr. handh.

    Met het wetsvoorstel wordt de algemeenbelanguitzondering in de wet markt en overheid (hoofdstuk 4b Mededingingswet) aangescherpt via motiveringseisen, meer inspraak voor ondernemers en een verplichte periodieke evaluatie van gemaakte uitzonderingen. Het wetsvoorstel bevat ook technische wijzigingen in het concentratietoezicht en een wijziging in het Burgerlijk Wetboek om de bepalingen over privaatrechtelijke handhaving van het mededingingsrecht op nationale overtredingen toe te passen.

  • Experimentenwet rechtspleging

    Het conceptwetsvoorstel biedt een wettelijke grondslag voor experimenten met innovatieve gerechtelijke procedures. Bij algemene maatregel van bestuur zal bij wijze van experiment tijdelijk kunnen worden afgeweken van de wetgeving over procederen bij de burgerlijke rechter. Afwijking wordt mogelijk van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, de Wet op de rechterlijke organisatie, de Faillissementswet, de Wet griffierechten burgerlijke zaken en de Wet op de rechtsbijstand.

  • Wet arbeidsmarkt in balans

    Het kabinet werkt met dit wetsvoorstel toe naar een nieuwe balans op de arbeidsmarkt. Het moet voor werkgevers aantrekkelijker worden om werknemers in (vaste) dienst te nemen. Daarom stelt het kabinet voor om premiedifferentiatie tussen vaste contracten en flexcontracten in de WW en een cumulatiegrond in het ontslagrecht te introduceren. Ook stelt het kabinet voor om concurrentie op arbeidsvoorwaarden via payrolling te voorkomen en oproepkrachten meer werkzekerheid te bieden.

  • Wetsvoorstel tot herziening van het beslag- en executierecht

    Het wetsvoorstel herziet het beslag- en executierecht in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Het wetsvoorstel voert o.a. een beslagvrij bedrag in bij beslag op een bankrekening en het beslagverbod op roerende zaken, zoals inboedel, wordt gemoderniseerd.

  • Wetsvoorstel vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht

    Het conceptwetsvoorstel vereenvoudigt en moderniseert de regels over het verzamelen van informatie en bewijs voorafgaand en tijdens een civiele procedure. De verschillende bewijsverrichtingen worden meer op elkaar afgestemd en de rechter krijgt meer regie over bewijskwesties in de procedure.

  • Wet opheffing verpandingsverboden

    In het zakelijke rechtsverkeer heeft zich een contractuele praktijk ontwikkeld waarbij de overdracht of verpanding van geldvorderingen op naam vaak wordt uitgesloten. Daardoor kunnen deze vorderingen niet worden ingezet voor financieringsdoeleinden. Dit leidt tot een verlies aan mogelijke kredietruimte, met name voor het mkb. Dit voorontwerp tot wijziging van m.n. artikel 3:83 BW strekt ertoe om aan deze contractuele praktijk, evenals bijvoorbeeld in Oostenrijk en Duitsland, een einde te maken.

  • Wetswijziging deponering in handelsregister langs elektronische weg

    Wijziging van de Handelsregisterwet 2007, het Burgerlijk Wetboek en de Wet op de formeel buitenlandse vennootschappen in verband met deponering bescheiden in het handelsregister langs elektronische weg

  • beperking recht op omgang na partnerdoding

    Het wetsvoorstel stelt voor dat in het geval van (vermoedelijke) partnerdoding de kinderrechter altijd oordeelt of contact/omgang in het belang van het kind is op basis van een verzoekschrift van de raad voor de kinderbescherming. Hierbij is de norm geen contact/omgang, tenzij dit in het belang van het kind is.