Zoekresultaat

50 resultaten
U heeft gezocht op: Industrie

Sorteren op:
  • Investeringssubsidie maakindustrie klimaatneutrale economie

    De investeringssubsidie maakindustrie klimaatneutrale economie. Deze regeling heeft als doel investeringen te ondersteunen die nodig zijn voor productie in de waterstof-, batterijen- en zon-PV-sector. 

  • Wijziging Besluit bouwwerken leefomgeving, aanscherping en uitbreiding van de milieuprestatie-eis

    In dit besluit zijn enkele wijzigingen in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) aangebracht die betrekking hebben op de milieuprestatie-eis voor gebouwen. Het gaat hier met name om een verdere aanscherping van de milieuprestatie-eis voor woonfuncties en kantoorfuncties en de introductie van een milieuprestatie-eis voor een aantal andere gebruiksfuncties. De milieuprestatie wordt berekend om de milieuimpact van het materiaalgebruik van een bouwwerk te bepalen. Het doel van de milieuprestatie-eis is om de milieuimpact van gebouwen, over de gehele levenscyclus, te verlagen.

  • Beleidsmatige wijziging regeling groenprojecten 2022

    Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat bereidt, na een jaarlijkse monitoring, een beleidsmatige wijziging voor van de Regeling groenprojecten 2022. Deze regeling stimuleert de financiering van duurzame innovatieve projecten die zonder deze regeling niet tot stand zouden komen. Door de voorliggende wijziging van deze regeling worden de mogelijkheden voor circulaire technieken verbreed.

  • Wijziging Regeling CO2-heffing industrie i.v.m. monitoring afvalverbrandingsinstallaties

    Sinds 1 januari 2021 vallen industriële bedrijven onder de regels van de nationale CO2-heffing industrie. Afvalverbrandingsinstallaties (AVI's) vallen hier ook onder. Vanaf 1 januari 2024 zullen AVI's ook vallen onder de regels van het Europese emissierechtenhandelssysteem (EU ETS). In de Nederlandse wetgeving worden bedrijven die onder het EU ETS vallen "broeikasgasinstallaties" genoemd. Daarom worden AVI's vanaf 1 januari 2024 niet langer beschouwd als AVI's, maar als "broeikasgasinstallaties voor de verbranding van stedelijk afval". Omdat de CO2-heffing industrie sterk verbonden is met het EU ETS, is het belangrijk om de regels voor het monitoren, rapporteren en controleren van deze installaties aan te passen. Deze aanpassingen worden gemaakt door wijziging van de Regeling CO2-heffing industrie. Zo worden onnodige verplichtingen voor broeikasgasinstallaties voor de verbranding van stedelijk afval (voorheen AVI's) voorkomen.

  • Mijnbouwregeling verwijderen en hergebruik

    De wijziging ziet op de uitwerking van het wettelijk systeem dat is geïntroduceerd in de wijziging van de Mijnbouwwet in het kader van het verwijderen of hergebruiken van mijnbouwwerken. Er zijn indieningsvereisten opgenomen voor het rapport over de verwijdering en het melden van het buiten werking stellen van pijpleidingen offshore. Daarnaast zijn retributiebedragen opgenomen voor de 4 procedures en is in een indexatie van het geheel aan retributies voorzien.

  • Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties (LBV)

    De stikstofbelasting van de natuur in Nederland is een groot probleem. De stikstofuitstoot moet daarom worden verlaagd. Alleen zo kan de natuur herstellen en komt er weer ruimte voor maatschappelijke en economische activiteiten. Alle sectoren die stikstof uitstoten (industrie, landbouw, verkeer, zee- en luchtvaart) moeten hun stikstofemissies terugdringen.

  • Maatregel gerichte aankoop en beëindiging veehouderijen nabij natuurgebieden tranche 2 (MGA-2)

    De stikstofbelasting van de natuur in Nederland is een groot probleem. De stikstofuitstoot moet daarom worden verlaagd. Alleen zo kan de natuur herstellen en komt er weer ruimte voor maatschappelijke en economische activiteiten. Alle sectoren die stikstof uitstoten (industrie, landbouw, verkeer, zee- en luchtvaart) moeten hun stikstofemissies terugdringen.

  • Wijziging Regeling C02-heffing industrie voor overdracht restgassen

    Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat bereidt een wijziging voor op de Regeling CO2-heffing industrie. Met deze Regeling is de CO2-heffing industrie ingevoerd. Die heffing is vormgegeven als een heffing met een afnemende vrijgestelde voet (dispensatierechten). Dit betekent dat bedrijven vrijstelling hebben van de CO2-heffing tot aan deze vrijgestelde voet. Door de huidige vorm van de Regeling bestaat er een risico bij faillissement wanneer overdracht van restgassen tussen partijen plaatsvindt. Dit risico ontstaat doordat de dispensatierechten bij overdracht van deze restgassen niet automatisch worden gestort bij de ontvanger van deze restgassen, terwijl de lasten van de heffing wel naar de ontvangende partij worden overgedragen. Door deze wijziging wordt dit risico weggenomen.

  • Wijz. Tabaks- en rookwarenregeling ivm verbod op kenmerkende aroma's voor verhitte tabaksproducten

    De Europese Commissie heeft in verband met het toegenomen gebruik van verhitte tabaksproducten een gedelegeerde richtlijn vastgesteld. Deze richtlijn wijzigt de Tabaksproductenrichtlijn. Doel van deze gedelegeerde richtlijn is de regels over kenmerkende aroma’s en verplichte gezondheidswaarschuwingen voor tabaksproducten uit te breiden naar verhitte tabaksproducten. In deze ontwerpregeling wordt deze Europese richtlijn in nationale wetgeving geïmplementeerd.

  • Startende en stoppende exploitanten

    Op grond van de nationale CO2-heffing industrie worden voor exploitanten van industriële installaties ieder jaar de uitstoot en het aantal dispensatierechten bepaald op basis van verschillende, soms geverifieerde, documenten. Bij bedrijven die nieuw onder de heffing komen te vallen, of voor nieuwe installaties die een vergunning krijgen (hierna: startende exploitanten) is er een mogelijkheid dat de benodigde documentatie, en de verificatie daarvan, niet tijdig kan worden ingediend, wegens samenloop met het Europese emissiehandelssysteem. Dit zorgt voor uitvoeringslasten bij de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) en voor onnodige administratieve lasten bij startende exploitanten. Daarnaast zijn bedrijven waarvan de vergunning wordt ingetrokken (hierna: stoppende exploitanten) momenteel over hun laatste jaar niet meer verplicht om bepaalde documentatie, soms geverifieerd, in te dienen waardoor de NEa niet meer de uitstoot en het aantal dispensatierechten kan bepalen over dit laatste jaar.