Discussiestuk 'Zorg voor de Toekomst'

Reactie

Naam UMCG - Universitair Medisch Centrum Groningen (mr. R.J.A.M. Krüders)
Plaats Groningen
Datum 30 januari 2021

Vraag1

Herkent u zich in de drie thema’s als de thema’s waar de komende jaren meer verandering op nodig is?

Jazeker.

Wat ons opvalt is dat in bredere zin ‘(gezondheid)zorg’ centraal blijft staan, terwijl gezondheid en preventie eigenlijk niet alleen een verantwoordelijkheid is van het ministerie van VWS. De covid-pandemie laat goed zien dat gezondheid ook een grote maatschappelijke en economische impact heeft. Als we niet oppassen gaan we richting een ‘leefstijl-pandemie’ (leefstijlgerelateerde aandoeningen) dat ook grote maatschappelijke en economische effecten kent. Het gehele kabinet zou de verantwoordelijkheid voor gezondheid (en preventie) moeten nemen en ieder ministerie voor zijn deel de daarvoor nodige maatregelen treffen (health in all policies). We zien hier grote kansen wat betreft het extra belasten van ongezonde voeding en gedrag en het stimuleren van de gezonde varianten. De covid-pandemie laat het grote belang zien van een gezonde school-, leer-, leef- en werkomgeving. Gezamenlijk gezondheids- en preventiebeleid is echt een noodzaak.

Ten aanzien van het deel Preventie & Gezondheid geldt voor Noord-Nederland dat we grote uitdagingen op het terrein van leefstijlgerelateerde aandoeningen kennen. In de regio zetten we stappen in de goede richting om het medisch en sociaal domein te verbinden. Hiertoe is vanuit wet- en regelgeving ruimte nodig. Niet om opnieuw wetenschappelijk onderzoek te doen maar om “te leren van implementeren”. Een transitiefase waarin we bewegen van zorgpaden naar regionale geïntegreerde preventie- en zorgpaden. Deze fase zal zich kenmerken door het maken van afspraken tussen zorgaanbieder over ieders rol in de keten, tussen zorgaanbieders en gemeenten over de grenzen van ieders kunde en verantwoordelijkheid en continu leren van de ervaring van patiënten/ inwoners, zorg- en welzijnaanbieders in dit preventie- en zorgpad. De ambitie is een geïntegreerde preventie- en zorgketen neer te zetten, waarbij de inwoner / patiënt centraal staat en de preventie en zorg zo dichtbij mogelijk de eigen leefomgeving georganiseerd wordt. De specifieke achterstanden in de noordelijke regio maken dat zo’n integratie in deze regio een relatief grote gezondheidswinst kan opleveren.

Vraag2

Herkent u de knelpunten die op (één van) de drie thema’s worden genoemd, of missen er nog belangrijke knelpunten?
Een toekomstig zorginfarct kan voorkomen worden door in te zetten op het voorkomen van leefstijlgerelateerde ziekten en op gezondheidsbevorderende prikkels in het systeem. Een samenwerking in de keten tussen medisch en sociaal domein moet beloond worden. Er moet een systematiek komen om gezondheidsuitkomsten die bijdragen aan (tertiaire/secundaire) preventie te meten.

Tertiaire preventie: UMC’s hebben een belangrijke rol in zowel de hoog-complexe groep patiënten die baat heeft bij leefstijlgeneeskunde, als ook de academische rol die een UMC heeft mbt de monitoring en evaluatie van de implementatie van leefstijlgeneeskunde. Een vb is prehabilitatie (het optimaal voorbereiden van een patiënt voor een grote operatie) en chronische leefstijlbegeleiding zijn voor complexe patiënten relevant. Door regionale zorg- en preventiepaden af te spreken kunnen verantwoordelijkheden en rollen opgehelderd worden: UMC’s/zkh zijn verantwoordelijk voor de leefstijlscreening, het verdiepend onderzoek en het onderzoek voor een operatie of de controle afspraak. Het leefstijlinterventietraject vindt zo dicht mogelijk bij de patiënt thuis plaats, door inzet van o.a. paramedici, POH GGZ en Verslavingszorg. Het UMCG is op 4 afdelingen gestart met het Groningen Leefstijl Interventie Model (GLIM) het leefstijlzorgpad te integreren in nauwe samenwerking met de keten. Er wordt gewerkt aan een blauwdruk voor leefstijl in de zorg.

De wijze van financieren is niet passend voor het realiseren van een geïntegreerde zorg- en preventieketen. Een regionale ketenaanpak is nodig van sociaal domein, 1e t/m 3e lijn; waarbij de UMC’s ook die patiëntreis kunnen monitoren en evalueren en de professionals kunnen opleiden die dit realiseren. En daarmee de effectiviteit voor zorgverzekeraars, gemeenten en werkgevers laten zien. Dus regionale implementatie van preventiepaden, waarbij op nationaal niveau een set indicatoren wordt vastgesteld om de juiste effecten te kunnen meten. Het Kavelmodel (Health KIC) gaat met de ontschotting van de financiering experimenteren. Deze ontwikkeling behoeft aandacht vanuit VWS.

Hoewel de eisen aan het vak van diverse zorgprofessionals snel toenemen, groeit de waardering niet altijd in gelijke pas mee. Uit diverse onderzoeken blijkt dat zorgprofessionals wel trots zijn op hun baan, maar anderen aanraden om niet de zorg in te gaan vanwege de werkbelasting en daar tegenoverstaande beloning. Meer regelruimte voor zorgorganisaties op dit gebied is wenselijk.

Vraag3

Welke beleidsopties die genoemd worden bij de drie thema’s leveren volgens u een belangrijke bijdrage aan de houdbaarheid van ons zorgstelsel?
Inwoners verleiden tot gezond gedrag is een verantwoordelijkheid van de overheid (centraal en decentraal). Er zouden meer handvaten en prikkels in wet- en regelgeving moeten komen waardoor gemeenten daadwerkelijk kunnen ingrijpen bijvoorbeeld in het beperken van het aantal fast-food ketens in de gemeente, het onderhoud van sportvelden, parken en speeltuinen. Het goede voorbeeld is gegeven met de rookvrije publieke ruimte. Dit heeft tot enorme maatschappelijke betrokkenheid geleidt en een activering van burgers zelf. Het pleit ervoor een dergelijk campagne te verbreden.

Professionals hebben een belangrijke rol bij vroeg signalering en kunnen elkaar inschakelen. Gezonde scholen en vroeg signalering van problematiek in de jeugd is cruciaal voor een duurzaam gezondheidslandschap in Nederland. Wij stellen voor dat er nationale programma’s en randvoorwaarden komen die regionaal ingekleurd kunnen worden om te komen tot gezonde scholen en preventieve jeugdzorg.

Een krachtige sociale basis en een integrale aanpak van sociale problematiek. Dit is het begin van preventie!

Met betrekking tot het hoofdstuk Vernieuwing en werkplezier zijn de genoemde beleidsopties zeker belangrijk. Juist in samenhang. Op dit moment ontbreekt soms de financiële ruimte of de wettelijke ruimte om meer autonomie in het werk te geven en loopbaanmogelijkheden serieus vorm te geven. Door te werken aan het wegnemen van financiële en regelgevings-blokkades creëer je meer mogelijkheden om het werk te verbeteren. Om dit vervolgens samen met de beroepsgroep en de regio op een nieuwe manier vorm te geven.

Een toevoeging is de rol van UMC’s in hun respectievelijke regio’s. Op advies van Minister Bruins (Kamerbrief juli 2019: Maatschappelijke rol van de UMC’s) hebben de UMC’s regionale “innovatie en onderzoeksagenda’s voor en met een gezonde regio” opgesteld samen met regionale partners. In Noord-Nederland zijn hier een zestal gezamenlijke ambities uitgekomen. Expliciet hier te noemen is de organisatie van preventie in de zorg. Het UMC wordt gezien als katalysator, met name vanwege de kennis en kunde (academische component) op het terrein van conceptueel vormgeven nieuwe vormen van zorg en preventie, de keten organiseren, de implementatie monitoren en evalueren. Een aanvullende beleidsoptie kan zijn de UMC’s een taakverantwoordelijkheid te geven in preventie.

Vraag4

Heeft u concrete suggesties om bepaalde opties nader te concretiseren en praktisch vorm te geven?
Ten aanzien van het hoofdstuk Organisatie en Regie verwijs ik u graag naar de bijlage, het Regioteam van het UMCG heeft een uitgebreide reactie uitgewerkt en doet een aantal suggesties ten aanzien van dit deel van de discussienota.

Zoals bij vraag 3 reeds aangegeven, zou een taakverantwoordelijkheid voor UMC’s in preventie behulpzaam zijn om de rollen in de regio te duiden. De GGD en gemeenten hebben deze taakverantwoordelijkheid al, wij denken dat we samen sterker staan. De UMC’s hebben duidelijke ambities geformuleerd ten aanzien van hun rol in preventie, maar hebben nog geen formele plek in de structuur die wordt voorgesteld in de Discussienota.

Bekostigen op basis van beschikbaarheid; de nota geeft de acute zorg als voorbeeld waar een zorgaanbieder die belangrijke populatiegerichte functie vervult, voldoende financiële zekerheid moet beschikken om de hiervoor nodige investeringen te doen. Deze mogelijkheid zou ook het geval moeten zijn voor delen van de hoog complexe specialistische zorg.

Noord-Nederland is innovatieregio in het vernieuwen van het onderwijs voor de specialistische verpleegkundige functies (FZO). Dat geeft ruimte om slimmer om te gaan met middelen en arbeidsmarkttekorten op te lossen (zorgvoorhetnoorden). Schaarste dreigt ook op een aantal niet-FZO functies, wij zouden graag zien dat voor deze functies dezelfde FZO-principes gaan gelden t.a.v. financiering en samenwerking.

Vraag5

Welke beleidsopties ontbreken er nog?
De implementatie van leefstijl in de zorg faciliteren. Er zijn zeer beperkte middelen om de stap van wetenschap naar praktijk te maken. Het UMCG, collega UMC’s, algemene zkh, ketenpartners, gemeenten zijn er klaar voor. Maak beleid dat er ruimte komt voor een regionale aanpak obv nationale uitgangspunten, zodat patiënten straks leefstijl in de zorg vergoed kunnen krijgen. Concreet zou een transitiefase van 3-5 jaar geïntroduceerd moeten worden om deze stappen met elkaar te maken.

Regionale capaciteitsplanning: covid-pandemie leert hoe de regionale samenwerking kan leiden tot reduceren ‘verspilling’ en verbeteren doorstroom in de patiëntpaden. Versterken van de regionale regelruimte hierin geeft besparingen en maakt het werk leuker.

Datagedreven preventie- & gezondheidsbeleid: onderzoekers van instellingen en mensen uit de praktijk moeten de mogelijkheid hebben om bij alle gegevens van zorg te kunnen om onderzoek te doen en de zorg te verbeteren, een plek dus waar allerlei data samenkomt (bijv. Population Health Data NL infrastructuur, onderdeel van Health RI).

Inzet op interprofessioneel opleiden in zorg en preventie. De eindtermen voor de arts-opleiding in het Raamplan 2020 brengen veel vernieuwing in het geneeskunde onderwijs. Maar ook hier blijft wat liggen. Maatschappelijk handelen op populatieniveau behoort niet tot de set beroepsactiviteiten die elke aanstaande arts op dit moment kan uitvoeren. In verschillende UMC’s wordt al gewerkt aan verbetering hiervan door de integratie van maatschappelijk handelen in het curriculum. Dit wordt effectiever als we het hele curriculum baseren op een opleidingsmodel waarin maatschappelijk handelen volledig is geïntegreerd in medisch handelen, en met toetsing van maatschappelijk handelen als integraal onderdeel. Dat kan bijvoorbeeld met het ‘competentiemodel arts 21ste eeuw’, of het ‘raamwerk gezondheidszorgsystemen’ dat de student stimuleert om klinisch te redeneren op individueel niveau én populatieniveau: wat is er biomedisch aan de hand, maar ook, welke determinanten en maatschappelijke processen spelen hier een rol. Een dergelijk nieuwe opleidingsmodel is gericht op interprofessioneel samenwerken (dus ook verbinding met MBO en HBO), verbindt preventie en zorg automatisch, en leert studenten ook te denken in gezondheidszorgsystemen en te schakelen tussen patiënt, community en populatie. De noordelijke regio is hier graag proeftuin voor.

Bijlage