Overheid.nl | Internetconsultatie

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Hoog contrast

Zoeken

Zoek uitgebreid
Terug naar overzicht

Implementatie van het vierde EU-Spoorwegpakket in Nederlandse Spoorwegwetgeving

Het ministerie van Infrastructuur en Milieu bereidt de implementatie van het vierde Spoorwegpakket in de Nederlandse Spoorwetgeving voor. Implementatie vindt plaats door aanpassing van de Spoorwegwet, de Wet personenvervoer 2000, de Wet lokaal spoor en de op deze wetten gebaseerde regelgeving. Het Vierde Spoorwegpakket schrijft voor dat de marktpijler uiterlijk op 25 december 2018 geïmplementeerd moet zijn in nationale wetgeving en de technische pijler uiterlijk op 16 juni 2019.

Consultatie gegevens

Publicatiedatum
09-06-2017
Einddatum consultatie
21-07-2017
Status
Actief
Type consultatie
Wet
Organisatie
Ministerie van Infrastructuur en Milieu
Onderwerpen
Spoor

Publicatie reacties

Reacties worden gepubliceerd tijdens de loop van de consultatie. Alleen die reacties worden gepubliceerd waarvan is aangeven, door de inzender, dat deze openbaar mogen zijn.

Doel van de regeling

De Europese wetgever beoogt een geleidelijke openstelling van de spoorwegmarkt. Het Europese spoorverkeer mag niet belemmerd worden door landsgrenzen, technische eigenschappen en veiligheidsvoorschriften en –procedures. De verbetering van de spoorwegveiligheid is hierbij een belangrijke voorwaarde. Hiertoe zijn pakketten van Europese verordeningen en richtlijnen tot stand gekomen.

Het Vierde Spoorpakket is vooralsnog het laatste pakket en bestaat uit zes wetgevingsvoorstellen, onderverdeeld in een marktpijler en een technische pijler.

Het is een pakket van Europese wetgevingsmaatregelen dat beoogt bij te dragen aan het verbeteren van de kwaliteit, de concurrentiekracht en de efficiency van de Europese spoorwegsector. Daarbij moet het ook de aantrekkingskracht van het spoor ten opzichte van andere vervoersmodaliteiten versterken opdat het aandeel van het spoorvervoer in het totale vervoer groter wordt.

De marktpijler van het Vierde Spoorwegpakket beoogt de toegang tot de binnenlandse markt voor personenvervoer per spoor in de lidstaten te vergroten om zo voor een groei van het aanbod te zorgen en de kwaliteit en efficiëntie van het passagiersvervoer te verbeteren. Onderhandse gunning van openbaredienstcontracten voor personenvervoer per spoor blijft bestaan, maar wordt vanaf 2023 aan voorwaarden gebonden.

In de technische pijler is gericht op de herschikking van de interoperabiliteitsrichtlijn en de spoorwegveiligheidsrichtlijn. Deze is het directe gevolg van de nieuwe taken van het Spoorwegbureau van de Europese Unie (hierna: Europees Spoorwegbureau) op grond van de nieuwe Spoorwegbureauverordening. De nieuwe taken hebben betrekking op de vergunningverlening voor het in de handel brengen van voertuigen binnen de Europese Unie en de veiligheidscertificering van spoorwegondernemingen die in meerdere lidstaten opereren.

Doelgroepen die door de regeling worden geraakt

De volgende doelgroepen worden door de regeling geraakt:
- Overheden die spoorconcessies verlenen;
- De infrastructuurbeheerder;
- Spoorwegondernemingen;
- Spooronderhoudsbedrijven;
- Toeleveranciers voor de spoorwegsector;
- Toezichthouders op het spoor.

Verwachte effecten van de regeling

Effecten marktpijler
Lidstaten behouden, zij het onder nieuwe voorwaarden die vanaf 2023 ingaan, de mogelijkheid om vervoerconcessies voor personenvervoer per spoor onderhands te gunnen.

Spoorwegondernemingen krijgen vanaf 2020 recht op toegang tot de spoorinfrastructuur in een lidstaat om binnenlandse personenvervoersdiensten per spoor uit te voeren, zonder dat er sprake is van een openbaar dienstcontract. Dit recht kan door een lidstaat beperkt worden in het geval het economisch evenwicht van het bestaande openbare dienstcontract in gevaar komt. Nederland maakt gebruik van deze mogelijkheid. Voor de economische evenwichtstoets worden door de Europese Commissie criteria opgesteld in een zgn. uitvoeringshandeling. De handeling moet uiterlijk 16 december 2018 zijn vastgesteld. Gedurende de looptijd van de huidige hoofdrailnetconcessie is het bovengenoemde recht op toegang tot de spoorinfrastructuur niet van toepassing op het hoofdrailnet.

Effecten technische pijler
De taken in het kader van vergunningverlening toezicht en handhaving van de interoperabiliteitsrichtlijn en veiligheidsrichtlijn worden momenteel uitgevoerd door de nationale veiligheidsinstantie. In Nederland is dat de ILT. Deze taak verschuift voor een belangrijk deel naar Europees niveau. Het Europees Spoorwegbureau krijgt vergunningverlenende bevoegdheden en zal als One-Stop-Shop opereren voor alle vergunningaanvragen van vervoerders.
Deze systematiek kan een aanmerkelijke verlaging van de administratieve lasten en verkorting van de doorlooptijd van de procedures opleveren voor spoorwegondernemingen die in meerdere lidstaten actief zijn. Een vergunning voor een voertuigtype kan in verschillende lidstaten tegelijkertijd worden aangevraagd. In dat geval werken de nationale veiligheidsinstanties samen om de administratieve lasten voor de aanvrager van de vergunning tot een minimum te beperken.

Doel van de consultatie

De consultatie vindt plaats om betrokkenen en belangstellenden de gelegenheid te bieden een reactie te geven op de ontwerpwijzigingen van de Spoorwegwet, de Wet personenvervoer 2000, de Wet lokaal spoor en de op deze wetten gebaseerde regelgeving. Het ministerie vraagt om uw aandachtspunten bij het wetsvoorstel en de uitvoerbaarheid van de voorgestelde wetsbepalingen voor de instanties die geraakt worden door de veranderingen die het Europese 4e Spoorwegpakket met zich meebrengt.

Op welke onderdelen van de regeling wordt een reactie gevraagd

Belangstellenden en betrokkenen kunnen bij hun reactie alle artikelen die gewijzigd zijn in het Wetsvoorstel wijziging van de Spoorwegwet in verband met 4e Spoorwegpakket en de Memorie van Toelichting (algemeen- en artikelgewijs deel) betrekken. Let op! De artikelsgewijze toelichting van de Memorie van Toelichting vind u helemaal onderaan de pagina.

Uw reactie kunt u tot en met vrijdag 7 juli 23.59 uur indienen.

Meer informatie

Acties

Delen regeling