Zoekresultaat
55 resultaten
U heeft gezocht op:
Industrie
-
regeling verhittingsapparaten en neutrale sigaret
Wijziging van de tabaks- en rookwarenregeling ter regulering van elektronische verhittingsapparaten en in verband met het invoeren van een standaard uiterlijk voor sigaretten
-
Rookwarenbesluit
Op 26 februari 2014 heeft het Europees Parlement ingestemd met de nieuwe Tabaksproductenrichtlijn. Deze richtlijn beoogt het beter functioneren van de interne markt voor tabaksproducten en aanverwante producten, met als uitgangspunt een hoog niveau van bescherming van de volksgezondheid. Nederland is verplicht om de voorschriften uit de richtlijn uiterlijk 20 mei 2016 in te voeren. Met deze consultatieprocedure worden de belangrijkste keuzes die voortvloeien uit de richtlijn voorgelegd.
-
Schone Lucht Akkoord
De minister voor Milieu en Wonen heeft op 13 januari 2020 namens de Rijksoverheid het Schone Lucht Akkoord ondertekend. In dit akkoord hebben het Rijk, provincies en gemeenten maatregelen vastgelegd om de luchtkwaliteit in Nederland te verbeteren, met gezondheidswinst door schonere lucht voor alle Nederlanders. Luchtverontreiniging leidt nu nog jaarlijks tot 11.000 sterfgevallen en Nederlanders leven gemiddeld 9 maanden korter als gevolg van vervuilde lucht. Zie ook www.schoneluchtakkoord.nl
-
Startende en stoppende exploitanten
Op grond van de nationale CO2-heffing industrie worden voor exploitanten van industriële installaties ieder jaar de uitstoot en het aantal dispensatierechten bepaald op basis van verschillende, soms geverifieerde, documenten. Bij bedrijven die nieuw onder de heffing komen te vallen, of voor nieuwe installaties die een vergunning krijgen (hierna: startende exploitanten) is er een mogelijkheid dat de benodigde documentatie, en de verificatie daarvan, niet tijdig kan worden ingediend, wegens samenloop met het Europese emissiehandelssysteem. Dit zorgt voor uitvoeringslasten bij de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) en voor onnodige administratieve lasten bij startende exploitanten. Daarnaast zijn bedrijven waarvan de vergunning wordt ingetrokken (hierna: stoppende exploitanten) momenteel over hun laatste jaar niet meer verplicht om bepaalde documentatie, soms geverifieerd, in te dienen waardoor de NEa niet meer de uitstoot en het aantal dispensatierechten kan bepalen over dit laatste jaar.
-
Tijdelijke regels inzake de instelling van een Klimaatfonds met een looptijd van 2024 tot en met 2030.
Het klimaatfonds is een van de belangrijkste instrumenten uit het coalitieakkoord om financiering mogelijk te maken voor maatregelen die bijdragen aan het doel van ten minste 55% CO2-reductie in 2030. Hiervoor is in het Coalitieakkoord € 35 miljard beschikbaar gesteld.
-
veiling frequenties DVB-T
De vergunning voor commerciële digitale ethertelevisie loopt op 31 januari 2017 af en de Minister van Economische Zaken is voornemens die vergunning via een veiling opnieuw ter beschikking te stellen aan de markt. De plannen voor de veiling zijn uitgewerkt en worden nu aan de markt voorgelegd.
-
Verkoopverbod tabak supermarkten
Het kabinet heeft ervoor gekozen om het aantal plaatsen waar tabaksproducten en aanverwante producten (bijvoorbeeld een e-sigaret) mogen worden verkocht, naar beneden te brengen. Een van de manieren waarop de overheid dit wil doen is het verbieden dat deze producten in supermarkten mogen worden verkocht. In deze regelgeving staat beschreven hoe dit verbod zal worden geregeld, en waarom dit verbod wordt ingevoerd. Vanaf 1 juli 2024 mogen supermarkten en verkooppunten die daar op lijken deze producten niet meer verkopen.
-
Voorstel van de leden Ellemeet en Ploumen tot wijziging van de Rijksoctrooiwet 1995
Voorstel de leden Ellemeet en Ploumen tot wijziging van de Rijksoctrooiwet 1995 in verband met de introductie van een bevoegdheid van de Minister van VWS om een dwanglicentie in te zetten
-
Wet CO2-heffing industrie
Dit wetsvoorstel bevat de uitwerking van de CO2-heffing industrie zoals aangekondigd in het Klimaatakkoord. De vormgeving van de heffing is erop gericht te borgen dat de reductiedoelstelling voor de industrie zoals afgesproken in het Klimaatakkoord wordt gerealiseerd, terwijl het gelijke speelveld met omringende landen zo min mogelijk wordt aangetast.
-
Wet jaarverplichting hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong in de industrie
Met deze wet wordt een jaarverplichting voor industriële gebruikers van waterstof per 1 januari 2026 ingevoerd. Hierbij worden deze waterstofgebruikers verplicht een bepaald percentage hernieuwbare waterstof of hernieuwbare waterstofdragers te gebruiken in hun processen (specifiek: gebruik van hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong). Dit wetsvoorstel is één van de instrumenten dat nodig is om de doelstelling in artikel 22 bis van de RED III (richtlijn hernieuwbare energie, gewijzigd met Richtlijn 2023/2413) te behalen. Dit artikel bepaalt dat in 2030 de inzet van hernieuwbare waterstof of hernieuwbare waterstofdragers ten minste 42% moet zijn van het totale waterstofgebruik in de industrie in een lidstaat en in 2035 ten minste 60%.